Contact met het thuisfront
Sinds augustus 2007 is telefoneren in andere Europese landen flink goedkoper geworden. Mobiel bellen in het (Europese) buitenland kost nu maximaal 60 cent per minuut, gebeld worden maximaal 29 cent. De EU verwacht bovendien dat concurrentie de tarieven verder omlaag zal brengen. Tot die tijd loopt bellen in het buitenland nog steeds flink in de papieren: een half uurtje telefoneren kan u op maximaal € 18 komen te staan. Maar u hoeft zich geen oor te laten aannaaien. Er zijn genoeg andere manieren om contact te houden met het thuisfront.
Wie eenmaal een huis in het buitenland heeft, kan in eerste instantie zijn geluk niet op. Wonen in een prachtige omgeving, met altijd mooi weer en lekker eten. Geen enkele reden tot klagen dus. Maar vaak komt na een tijdje de heimwee. En niet alleen naar kaas en hagelslag. In Nederland liet je veel vrienden, kinderen en/of ouders achter. De telefoon is altijd binnen bereik en wordt dus steeds vaker gebruikt. Maar dat kan aan het eind van de maand nogal eens onaangename verrassingen opleveren. Dat kan voorkomen worden.
In feite verliest telefoneren in snel tempo terrein op het gebied van internationale communicatie. Dat komt door de onstuimige groei van snel (breedband) internet. Volgens onderzoek van de European Internet Advertising Association kon in 2006 75% van de Europeanen over breedband internet beschikken. Dat was 18% meer dan het jaar ervoor en de rek is er nog lang niet uit. Hartje Parijs of op het Portugese platteland, langzamerhand wordt heel Europa aangesloten op het wereldwijde web.
Handgeschreven
Al sinds medio jaren ’90 is e-mail wijd verspreid. Een elektronische brief biedt veel voordelen ten opzichte van de gewone post. Vooral als je in het buitenland verblijft. Een e-mail sturen is gratis, als we de kosten voor de aansluiting buiten beschouwing laten. Bovendien komt de brief vrijwel onmiddellijk aan, in plaats van dagen of soms weken later. Tenslotte is het mogelijk allerlei bijlagen mee te sturen, denk aan foto’s of tekstbestanden ter grootte van een halve bibliotheek. Hoewel veel mensen waarde hechten aan een handgeschreven brief, biedt e-mail in de meeste gevallen toch een gemakkelijkere oplossing.
Voor wie e-mail te langzaam is, biedt chatten uitkomst. Via de internetverbinding kunnen twee of meer mensen in een venster berichten uitwisselen. MSN Messenger is in Nederland het meest gebruikte chatprogramma. Vooral onder jongeren is MSN bijna onmisbaar. Urenlang kletsen zij over het web. De gespreken worden vaak opgefleurd met icoontjes om bijvoorbeeld blijdschap of verdriet uit te drukken.
Praten over MSN heeft een bijzondere charme. Maar met de komst van snel internet is e-mail en chatten in zekere zin alweer passé. Duurde het vroeger nog lang om een pagina met meerdere afbeeldingen op de computer weer te geven, nu is dat in een fractie van een seconde gepiept. Op een site als Flickr.com kan iedereen zijn of haar digitale foto’s uploaden en in een album plaatsen. Iedereen waar ook ter wereld kan de kiekjes van de vakantiewoning en het leuke bakkertje om de hoek zien wanneer ze maar willen.
Web-log
En de ontwikkelingen gaan door. Het verhaal achter de foto’s moet verteld worden. Aanvankelijk gingen mensen zelf aan de slag om websites te maken, maar dat is allesbehalve gemakkelijk: kennis van programmeren is noodzakelijk, maar dat leer je niet op een achternamiddag. De sites waren vaak niet om aan te zien. Toen kwamen er allerlei bedrijven (web-log.nl, blogspot.com) die weblog-pakketten aan gingen bieden. Na aanmelding krijgt de blogger een voorgeprogrammeerde site, waarop hij of zij naar believen teksten en foto’s kan plaatsen. Deze stukken of blogs worden dan geheel geformatteerd en voorzien van allerlei extra functies op de website weergegeven. Zo’n blog of internetdagboek kost doorgaans niets. Vandaag de dag zijn er wereldwijd naar schatting zo’n 300 miljoen blogs. Web-log.nl, een van de grootste zuiver Nederlandse aanbieders, heeft ruim 400.000 weblogs in haar beheer.
Een aanzienlijk aantal weblogs gaat over een verblijf in het buitenland. Vrijwilligers vertellen over de vorderingen in hun ontwikkelingswerk (you4all.web-log.nl), expats vertellen over hun nieuwe omgeving (overtheborder.web-log.nl), noem maar op.
Relatie
Toch is een weblog in zekere zin eenrichtingsverkeer. De blogger bericht, de bezoekers lezen en geven soms enkele regels commentaar. Een jaar of twee geleden dook er weer een nieuw fenomeen op: netwerksites. In Nederland is Hyves.nl de grootste, internationaal zijn Live Spaces van Microsoft en LinkedIn.com zeer populair.
Op een netwerksite maakt een gebruiker een profiel aan met daarop een foto, interesses en dingen als werk, woonplaats en muziekvoorkeur. Andere gebruikers van de site kunnen uitgenodigd worden als ‘vriend’ of ‘relatie’, waarna ze op de hoogte gehouden worden van wijzigingen in jouw persoonlijke pagina. Zo kunnen mensen met dezelfde interesses online met elkaar in contact komen om kennis en ervaringen uit te wisselen. Via een buurman kun je weer in contact komen met andere expats in de omgeving.Veel netwerksites bieden de mogelijkheid om een blog te starten, fotoalbums aan te maken, advertenties te zetten of filmpjes te plaatsen. De mensen in je netwerk kunnen zien dat je iets geplaatst hebt en kunnen een kijkje nemen. Een laagdrempelige manier om in contact te komen met mensen uit je nieuwe omgeving of oude contacten in Nederland weer eens aan te halen. Sommige netwerksites (LinkedIn) hebben een zakelijk karakter, andere, bijvoorbeeld Hyves, richten zich meer op persoonlijke relaties. LinkedIn kan een hulpmiddel zijn om zakelijke contacten waar ook ter wereld te onderhouden, terwijl Hyves vooral onder jongeren populair is.
Gratis
Toch zijn al deze communicatiemiddelen niet hetzelfde als het goede oude telefoongesprek. Moeten we dan toch maar diep in de buidel tasten om een halfuurtje met vrienden of familie in het buitenland te praten? Allerminst. Er zijn verschillende manieren om over internet te telefoneren. De eenvoudigste is waarschijnlijk Skype.com. Voor een euro of 15 kan je een telefoontoestel of een headset kopen die op de computer kan worden aangesloten. Via een venster op de computer kan verbinding gelegd worden met zo’n apparaat van een andere gebruiker. Het gesprek is volledig gratis.
Gebruikers van Skype kunnen ook bellen naar “gewone” telefoons. Dat kost wel geld, maar veel minder dan een regulier telefoongesprek. Bellen naar een vast nummer kost doorgaans hooguit enkele centen per minuut, naar mobiel rond de twintig cent. Dat is dus veel minder dan met een reguliere telefoon.
Ook chatprogramma’s bieden de mogelijkheid om via internet te “telefoneren”. Daarvoor is dan een geluidskaart en een microfoon benodigd. Een headset werkt vaak ook. De kwaliteit is soms minder, omdat de technologie verschilt van Skype en aanverwante aanbieders. Daar staat tegenover dat de voordelen van chatprogramma’s, zoals het snel uitwisselen van bestanden, behouden blijven. Daarnaast kan je met een druk op de knop ook beeld krijgen bij het gesprek, mits je een webcam bezit. Zo komt de andere kant van de lijn wel erg dichtbij: over internet zie je met slechts enkele milliseconden vertraging je gesprekspartner voor je.
Verbinding
Op steeds meer plekken zoals stations, hotels en vliegvelden worden bovendien draadloze netwerken (WiFi) aangelegd. Met een laptop met WiFi-kaart (tegenwoordig standaard) kan je zo doorgaans gratis gebruik maken van internet. Mailen, Skypen, chatten, bloggen of wat dan ook kan op die manier zelfs als je van huis bent. Voor wie regelmatig in het buitenland verblijft is de tariefsverlaging op mobiele telefonie dus eigenlijk mosterd na de maaltijd. Met een laptop en een headset sta je voor een prikkie in verbinding met de hele wereld.